Ga verder naar de inhoud

Welke vooruitgang is er recent geboekt?

UZ en KU Leuven zitten al jaren in de voorhoede van oncologisch onderzoek en kankerbehandelingen. Dat is voor hoofd- en halskanker niet anders. We geven graag enkele voorbeelden van recent, innovatief onderzoek – het soort onderzoek dat uw gift mee mogelijk kan maken.

Nieuw: lichttherapie biedt hoop voor patiënten in herval

Een klein, maar belangrijk deel van mensen met hoofd- en halskanker blijkt erg gevoelig voor herval. Ze hebben al operaties, bestraling en/of chemotherapie achter de rug, maar in het behandelde gebied steekt een nieuwe tumor de kop op. Dan blijven er voor de artsen weinig opties over die geen bijkomende weefselschade aanrichten of functies zoals zelfstandig slikken en ademen in het gedrang brengen.

Maar met lichttherapie is er voor een deel van hen hoop. Met de steun van het Walter Vandeputtefonds voerden Arnaud Lambert en Lotte Nees, onder supervisie van professor Vincent Vander Poorten, een studie uit naar die zogenaamde fotodynamische therapie. De resultaten bleken zo interessant dat het toonaangevende tijdschrift Frontiers in Oncology ze publiceerde.

Dit type behandeling is al langer veelgebruikt in de dermatologie. Artsen brengen een specifieke stof aan op de plaats van een huidprobleem en activeren die stof vervolgens door er licht op te schijnen. Hetzelfde procedé is in deze recente kankerstudie toegepast. De onderzoekers gaven 26 geselecteerde patiënten met een mond- of keeltumor een injectie van Foscan, een zogenaamde photosensitizer van de tweede generatie. Anders dan niet-kankercellen kunnen tumorcellen de stof na opname niet meer kwijtraken. Er hoopt zich tot twintig keer meer Foscan in een tumor op, waardoor die bij belichting ook veel meer verbrandt dan omliggend, gezond weefsel.

De resultaten van de studie bleken positief. Op de plaats van de behandeling was twee op de vijf patiënten drie jaar na de injectie nog altijd tumorvrij, 96 procent kon nog zelfstandig zijn bovenste luchtwegen gebruiken, 67 procent kon nog zelfstandig slikken. De kans dat ze dat niet meer kunnen is na een operatie veel groter. Dan hebben ze vaak sondevoeding of een canule nodig.

“Twee op de vijf patiënten lijkt weinig in het licht van onze wens om iedereen te genezen”, zegt professor Vander Poorten, “maar het is toch een veelbelovende uitkomst voor een groep patiënten met een zeer hoog risico op herval voor wie behalve die lichttherapie meestal geen zinvolle behandelingen meer overblijven. Het Riziv betaalt de dure behandeling – 7.000 euro per injectie – terug, dus onze collega’s, voor wie deze open access-studie toegankelijk is, kunnen zo zien welke van hun patiënten voor deze therapie in aanmerking komen, en hen daarvoor dan eventueel naar ons sturen.”

“UZ Leuven is het enige ziekenhuis in België dat deze therapie toepast en dat komt vooral omdat het logistiek een hele onderneming is. Na de inspuiting in een verduisterde ruimte moeten patiënten een lichtmeter naar huis meenemen die hen helpt om zich in de drie daaropvolgende maanden gradueel aan meer zonlicht bloot te stellen. Doen ze dat te snel, dan krijgen ze brandwonden. Het is dus zaak zowel de patiënten als het zorgpersoneel grondig op te leiden, maar als dat gebeurt geneest de wonde meestal heel goed. Ik ben al in 2002 deze behandeling beginnen uittesten en nu het dankzij deze studie duidelijk is dat ze werkt voor hoofd- en halskankerpatiënten geloof ik dat we hiermee voor individuele patiënten het verschil zullen maken.”

Nieuw: grootste studie ooit naar ‘reddende laryngectomie’

Wie een tumor in het strottenhoofd of de laagst gelegen zone van de keel (in medische termen de ‘hypofarynx’) heeft, krijgt meestal bestraling, al dan niet aangevuld met chemotherapie. Maar als die de ziekte niet onder controle krijgt of de tumor enige tijd later zelfs terugkeert, zien chirurgen zich vaak genoodzaakt het strottenhoofd al dan niet samen met de hypofarynx te verwijderen. Dat heet in het jargon een ‘reddende laryngectomie’.

Zo’n operatie brengt echter heel wat problemen met zich mee. Ze is technisch moeilijk vanwege het littekenweefsel dat is ontstaan na de bestraling en achteraf loopt de genezing vaak niet van een leien dakje. Sommige patiënten ontwikkelen een fistel, een verbinding tussen de gehechte keel en de buitenwereld waardoor er speeksel uit een opening in de hals komt; anderen zien ondanks de radicale ingreep de tumor terugkeren.

Omdat ze veel beter wilden kunnen inschatten wat de gevolgen en slaagkansen van een reddende laryngectomie zijn, besloten professor Vincent Vander Poorten, professor Pierre Delaere en dokter Jeroen Meulemans de krachten te bundelen met UZ Gent, Sint-Lucasziekenhuis Gent en AZ Sint-Jan in Brugge. Op die manier konden ze de gegevens van 405 patiënten (anoniem) analyseren, meteen de grootste studiepopulatie ooit wereldwijd.

“Het leverde een schat aan informatie op die we konden publiceren in de vorm van drie artikels in twee hoog-impact-tijdschriften”, zegt dokter Meulemans. “Zo kregen we concreet zicht op enerzijds de problemen of complicaties die zich voordien na zulke operaties en anderzijds de kans dat de kwaadaardige tumor definitief wegblijft plus de factoren die die genezingskans beïnvloeden. Bijna 35 procent van onze patiënten bleek na dit type laryngectomie complicaties te krijgen, waarvan één op vier in de vorm van een fistel, maar die blijkt in de overgrote meerderheid van de gevallen vanzelf te genezen. Zowat alle patiënten konden na de operatie genoeg voedsel via de mond innemen en ook spraakrevalidatie bleek in de meerderheid van de gevallen succesvol.”“Dankzij onze grote groep studiepersonen konden we ook factoren ontdekken die de wondheling en slik- en spraakfunctie achteraf negatief beïnvloeden. Patiënten die voor de operatie te weinig rode bloedcellen hadden en dus aan bloedarmoede leden bleken meer kans op complicaties te hebben, terwijl sliklast op lange termijn meer voorkwam bij patiënten die een fistel ontwikkelden en minder bij zij van wie alleen het strottenhoofd (en niet de hypofarynx) verwijderd was. Daardoor weten we nu dat het van groot belang is eventueel aanwezige bloedarmoede nog voor de operatie te corrigeren zodat we de kans op complicaties kunnen verkleinen."

"Verder hebben we bij de analyse van deze grote patiëntengroep kunnen achterhalen dat ongeveer 50 procent van hen nog in leven is vijf jaar na de reddende laryngectomie. Bovendien konden we achterhalen dat patiënten duidelijk slechtere genezingskansen hebben als het gezwel zich in de hypofarynx bevindt, als er zich tumorcellen in de halsklieren bevinden of als er tumorcellen langsheen zenuwen groeien. Die wetenschap laat ons toe om – als na de operatie één of meerdere van die factoren geïdentificeerd worden – de patiënt in kwestie te gaan nabehandelen met immunotherapie of een herbestraling, en om zo hun definitieve genezingskans op te trekken. Dankzij de steun van het Walter Vandeputtefonds voor ons onderzoek staan we dan ook een forse stap dichter bij een op feiten gebaseerde, geïndividualiseerde en geoptimaliseerde behandeling.”

Gerichtere immuuntherapie

Als immuuntherapie aanslaat, is het resultaat spectaculair. Maar waarom heeft het voor sommige patiënten zulke positieve gevolgen, terwijl het bij anderen nauwelijks effect sorteert? Het is een van de belangrijkste oncologische onderzoeksvragen van het moment. Wetenschappers zijn op zoek naar zogenaamde merkers die de kans op succes kunnen voorspellen. Daarmee hopen ze voornamelijk aan meer gepersonaliseerde geneeskunde te kunnen doen. Dat heeft niet alleen maatschappelijke voordelen – immuuntherapie kost handenvol geld en kan dus best zo gericht mogelijk worden ingezet – maar het kan de patiënten ook zware chemotherapie besparen als blijkt dat ze wellicht even goed geholpen kunnen worden met immuuntherapie.

Ook in UZ Leuven lopen verschillende studies in dat verband. Zo onderzoekt dokter Michel Bila, een jonge chirurg onder de vleugels van professor Paul Clement, wat bij mondkankerpatiënten het effect is van immuuntherapie die zij toegediend krijgen tussen de eerste biopsie en de chirurgische verwijdering van de tumor. In de paar weken die daartussen verstrijken, kunnen de onderzoekers veel bijleren over het gedrag van weerstandscellen, de sterkte van de immuunreactie en het ontstaan van een eventuele ontsteking. De eerste resultaten wijzen veelbelovend in de richting van voorspellende factoren, maar er zijn meer vervolgstudies nodig, bijvoorbeeld bij patiënten met uitzaaiingen of herval, om definitieve conclusies te kunnen trekken. Zulke studies zijn duur, dus elke vorm van steun hiervoor is meer dan welkom.

Medicijnen tegen bijzondere mutaties

Soms worden hoofd- en halskankertumoren veroorzaakt door heel specificieke mutaties in het DNA. Die komen niet frequent voor, maar zouden wel baat kunnen hebben bij een behandeling met geneesmiddelen. Als de wetenschappers erachter kunnen komen welke molecules belangrijk zijn om zo’n specifieke tumor te blijven voeden, dan kunnen ze die proberen te blokkeren.

Het team van professor Paul Clement voert hier al een tijd onderzoek naar en heeft goede hoop dat ze tot resultaten kunnen komen. Jammer genoeg wil de farmaceutische industrie de research naar dit soort zeldzame types van kanker meestal niet helpen financieren, terwijl het nochtans voor een individuele patiënt het verschil kan maken tussen leven en dood.

Zware operatie die mogelijk meer weefselsparend kan gebeuren

In UZ Leuven voeren chirurgen gemiddeld 40 laryngectomie-operaties per jaar uit. Een groot deel daarvan gebeurt omdat de tumor op het strottenhoofd niet verdwijnt ondanks radio- en/of chemotherapie. Precies die groep van patiënten die een laryngectomie kregen nadat andere pogingen om het strottenhoofd te besparen niet lukten, vormen de focus van een recente studie van UZ Leuven, in samenwerking met UZ Gent, AZ Sint-Jan Brugge en AZ Sint-Lucas Gent.

Om en bij de 70 procent van de 400 onderzochte patiënten blijkt genezen te kunnen worden – een bemoedigend resultaat. Daarbij komt dat de studie aantoont dat in de halsklieren die bij een dergelijke ingreep systematisch preventief weggenomen zelden of nooit kwaadaardige cellen worden gevonden. Die bevinding stelt de noodzaak van zulke preventieve verwijderingen in de toekomst te blijven doen in vraag.

Professor Vincent Vander Poorten, die de onderzoeker en eerste auteur dokter Jeroen Meulemans begeleidde, overweegt alvast sterk om zijn strategie aan te passen. “De verwijdering van die klieren verzwaart de ingreep en verhoogt de kans op complicaties. Dokter Meulemans mocht de resultaten gaan voorstellen op het internationale congres van de American Head and Neck Society én op dat van de European Laryngological Society. Dat is een hele eer, een teken van erkenning door collega's wereldwijd. Dit is de eerste, concrete verwezenlijking van het Hoofd- en halskankerfonds, want de statistische analyse achter deze studie is volledig gedragen door het fonds.”

Robot- en laserchirurgie bij hoofd-halstumoren

Diezelfde Jeroen Meulemans schrijft zijn proefschrift, onder begeleiding van zijn promotor, professor Vander Poorten, over het onderzoek dat beiden sinds 2016 binnen UZ Leuven voeren naar minder invasieve manieren om hoofd- en halstumoren te behandelen. Specifiek focussen ze op robot- en laserchirurgie in de mond, de keel en het strottenhoofd waardoor de specialisten alsmaar gerichter kunnen opereren. Dat verkleint de kans op complicaties, verhoogt dus de levenskwaliteit en helpt ook de logopedisten vooruit, want zij hebben zoveel mogelijk gezond mondweefsel nodig om de patiënt weer te leren spreken en slikken. Er kan echter alleen voor die innovatieve aanpak gekozen worden als die dezelfde genezingskansen blijken te bieden als meer traditionele manieren van werken.

Nog vroeger logopedie

Dankzij recent onderzoek weten professor Ann Goeleven en haar collega’s dat ze de nevenwerkingen van radiotherapie kunnen beperken door al van bij de start van de behandeling met de patiënt aan de slag te gaan. Ze geven slikoefeningen en trainen de spieren in de tong en mondbodem zodat die niet verstijven of aftakelen in de loop van de behandeling. Professor Goeleven noemt het een eyeopener. Ze hoopt met de steun van het fonds nog meer research te kunnen doen naar vernieuwende, logopedische behandelingstechnieken en naar oefenmateriaal waarmee de patiënten thuis aan de slag kunnen.

Biologische beeldvorming

Een aanzienlijk deel van de hoofd- en halskankerpatiënten hervalt en vaak keert de tumor terug op de oorspronkelijke locatie. Dat suggereert een verminderde resistentie tegen de bestraling, en precies daarnaar loopt in UZ Leuven intensief onderzoek. Professor Sandra Nuyts en haar collega’s maken daarbij niet alleen gebruik van de traditionele beeldvormingstechnieken zoals CR-, MR- en PET-scans die de anatomie van een tumor tonen, maar schakelen ook biological imaging in, een innovatieve techniek die de biologie van het gezwel in kaart brengt. Als daaruit blijkt dat bepaalde delen van de tumor agressiever zijn dan andere dan kunnen professor Nuyts en haar team daar ook agressievere bestralingsdosissen op richten en dus de kans op genezing verhogen.

“De meerwaarde van een clinicus die onderzoek doet, is precies dat die weet waar de tekortkomingen in de reële behandelingen en zorg zitten en op welke noden het onderzoek dus best inspeelt. Uitdagende studies voeren is uiteraard interessant en belangrijk, maar wat mij persoonlijk sterk drijft, is de zorg voor de patiënt en zijn familie. Die mensen krijgen bij de diagnose een koude douche, wel, ik wil hen de moed geven om de behandeling te doorstaan, en ik wil hen nog betere genezingskansen bieden dan op dit moment mogelijk is.”

— Professor Sandra Nuyts